Geschiedenis van de caravan

Over de rijke geschiedenis van de caravan is met gemak een boek te vullen. De caravan ontwikkelde zich van een loodzwaar rijtuig, getrokken door paarden, tot een vernuftig voertuig, waarmee achter de auto veilig grote afstanden kunnen worden afgelegd. Veel caravanmerken kwamen en verdwenen weer. Minstens zo belangrijk is echter de ontwikkeling van ‘speeltje voor rijkelui’ tot een serieus middel om te recreëren voor honderdduizenden gewone mensen.

Over de herkomst van het woord ‘caravan’ bestaan heel wat theorieën. Zo staat in ‘The history of the caravan’ van Bill Whiteman, een soort standaardwerk over de Engelse caravanindustrie, dat het woord ‘caravan’ is afgeleid van het Perzische woord ‘karwan’, wat staat voor een gezelschap kooplieden of pelgrims die in het oosten van N-Afrika uit veiligheidsoverwegingen samen reisden. Het woord ‘caravan’ komt ook voor in de 17e eeuw. Er werd een wagen met linnen huif mee aangeduid, gebruikt voor het vervoer van goederen en personen.

thewandererNapoleon liet een speciale caravan bouwen, uiteraard getrokken door paarden, die hij o.a. gebruikte tijdens de catastrofale veldtocht naar Rusland. Aan het comfort van z’n caravan kan het moeilijk gelegen hebben, want die was voorzien van alle denkbare luxe. Napoleon kon erin slapen, eten en baden, maar er werden ook alle stafbijeenkomsten in gehouden. Het verhaal gaat dat de caravan een spoor achterliet van alles wat Napoleon uit het raam naar buiten smeet: etensafval, zorgvuldig versnipperde rapporten en zelfs boeken die hij had gelezen en niet de moeite vond om te bewaren.

In 1884 was er een schrijver van kinderboeken, dr. Gordon Stable, die een caravan liet bouwen om mee rond te trekken, de Wanderer. Het is de enige overgebleven wagen uit die tijd. Gordon Stable was de eerste die z’n wagen recreatief gebruikte, hoewel hij er ook de meeste van z’n 150 kinderboeken in heeft geschreven. Hij wordt algemeen béschouwd als de pionier van het caravannen; schreef er als eerste een boek over en werd naderhand de eerste voorzitter van de invloedrijke The Caravan Club, die in 2007 het 100 jarig-bestaan vierde. Op die manier heeft hij ongelooflijk veel bijgedragen tot het populair maken van de caravan. Toch is het niet juist de Wanderer, met z’n twee assen en getrokken door paarden, als de eerste caravan te beschouwen. Hij is hooguit te beschouwen als een voorloper van de huidige caravan en nog te zien in het transportmuseum in Bristol.

Engeland als bakermat
De professionele bouw van caravans op één as, bedoeld om te worden getrokken door een automobiel, begon in Engeland. Eén van de pioniers was Eccles. In 1919 werd bij ‘Eccles Caravans Ltd’ in Birmingham de eerste serie van 50 stuks gebouwd, die kan worden beschouwd als een doorbraak naar de moderne caravanbouw. In 1926 werd de firmanaam veranderd in ‘Eccles Motor Caravans Ltd’ om te accentueren dat het hier ging om caravans die niet langer door paarden, maar door auto’s dienden te worden getrokken.
1927ecclesbuiltforexportcustomer027

Een exemplaar uit 1926 is te bewonderen in het National Motor Museum van Lord Montague in Beaulieu (Engeland) In 1927 werd een echte fabriek geopend, de eerste in Europa. Eccles-caravans werden vanaf 1929 in Nederland geïmporteerd door het ‘Amsterdamsch Technisch Handelskantoor’ in Amsterdam.

 

 

 

Een andere Engelse pionier was de cruiserlegendarische Fleming Williams, piloot in de Eerste Wereldoorlog en grondlegger van de firma Car Cruiser. Hij bouwde in 1920, geïnspireerd door de vliegtuigindustrie, de eerste gestroomlijnde caravan, wat hem de bijnaam Streamline Bill opleverde.
Baron P.H. van Pallandt van Eerde liet in 1932 een Car Cruiser uit Engeland overkomen. Een goed gestroomlijnde, vijf meter lange wagen met een fraai interieur. Deze wagen is, met een groot deel van de inventaris, bewaard gebleven. Hoewel voor Wereldoorlog II in Engeland wel pogingen zijn gedaan om lichte kleine caravans te bouwen, lag het accent toch op grote zware wagens, die uiteraard alleen door grote auto’s waren te trekken. Daarmee bleef de caravan nog buiten het bereik van de man met de kleine beurs.